Algemeene informatie over de Maine Coon

Dit populaire Amerikaanse ras is het grootste gedomesticeerde kattenras dat we kennen. Met name de katers kunnen uitgroeien tot flinke dieren met een gemiddeld gewicht van zes tot zeven kilo, maar er zijn ook katers die meer dan tien kilo wegen. Daarnaast zijn de zeer lange, dichtbehaarde staart en de oorpluimen belangrijke kenmerken van de Maine Coon. Dit ras behoort tot de zogenaamde "natuurrassen" Bij vele andere rassen streeft men in de fokkerij naar een in de rasstandaard geschetst ideaalbeeld, maar het belangrijkste fokdoel bij de Maine Coons is dat het oorspronkelijke type behouden blijft. Deze katten mogen dan ook niet gefokt worden in kleuren die in de natuur niet voorkomen, kleuren die we bijvoorbeeld bij de Siamees zien. De Maine Coon heeft ondanks zijn weelderige halflangharige vacht niet veel meer vachtverzorging nodig dan een kortharige kat .

HCM Gentest

Het laatste nieuws over de HCM DNA Gentest

Nieuw aan HCM Gentest door het medische kleine dierlijke ziekenhuis van de universiteit van Ludwig Maximilians in München werd een studie verwezenlijkt aan de twee gentests aangaande HCM, beschikbaar in Duitsland, met Maine Coons.
Het resultaat toont aan dat de gentest om het even wat NIETS brengt.
De studie resulteerde in dat er net zoveel Maine Coons met HCM positief in de gentest zijn, als Maine Coons zonder HCM .
Daarom is de investering in een gentest eenvoudig NIET LONEND! .


In volgende drukten wij het resultaat van de studie, die op het laatste weekend in de context van een lezing . op een gespecialiseerd congres voor het dierlijke medische beroep werd gepresenteerd
Genetische vereniging van A31P - en a74t-Polymorphismen met felinen hypertrophen Kardiomyopathie met Maine Coon C Schinner, K. Weber, K. Hartmann, G. Wess, Afdeling voor Kardiologie van het medische kleine dierlijke universitaire ziekenhuis van München Inleiding van Ludwig Maximilians: Hypertrophe Kardiomyopathie (HCM) is de frequentste katachtige hartziekte met autosomal dominantem het erfelijke aandoening en variabele Penetratie. A31P - en a74t-Polymorphismen (SNPs) in kardialen Myosin binding eiwit c3-Gen (MYBPC3) is momenteel beschouwd als oorzakelijke veranderingen in Maine Coon katten. In de praktijk wijken de ultrasone diagnoses vaak van Genotyp af. Van fokkerskant evenals veterinaire kant is onduidelijk, hoe met de hart-gezonde Genotyp positieve katten te werk zullen gaan. Een doel van de studie was daarom de evaluatie van de klinische vereniging van zowel SNPs evenals de evaluatie van de klinische geldigheid van reeds op de markt gebrachte gentests. Materiaal en methodes: 83 van de Maine Coon katten en 68 katten van verschillende rassen de ingegane studie. De vrouwelijke dieren moesten ouder als 36 maanden, mannelijke ouder zijn dan 24 maanden. Het "hart-gezonde" fenotype of "HCM" moest duidelijk zijn om toe te wijzen. Phaenotypisierung vond door middel van hart ultrasoon, Genotypisierung door middel van de Analyses van Taqman® plaats Genotyping. Vloeit voort: 21.13% van de hart-gezonde dieren waren positief in de gentest voor A31P - en 32,84% voor a74t-SNP. 75% van de groep HCM droegen gezonde allele betreffende A31P - en 50% betreffende A74t-SNPs. De allele frequenties verschilden niet beduidend tussen de groepen fenotypes. Op de basis bestond de beschikbare studiebevolking geen verwijzing dat de reeds op de markt gebrachte gentests a praediktiven waarde bezitten. Een eiwitanalyse met computer schikte het effect van SNPs op de proteïne als benigne. A31PPolymorphismus is specifiek voor Maine Coons, terwijl a74t-Polymorphismus ook bij andere kattenrassen voorkomt.
Conclusies: Met het onderzochte patienten aantal werd GEEN verband gevonden tussen HCM en onderzochte Polymorphismen. De goudstandaard voor de rassenselectie bestaat verder uit jaarlijks echokardiographisch onderzoek.

 

Eenvoudige Kleurgenetica

EENVOUDIGE KLEURGENETICA – SAMENVATTING

Dominant             = overheersend
Recessief              = ondergeschikt
Homozygoot       = kleurzuiver
Heterozygoot       = niet kleurzuiver

Er zijn twee hoofdkleuren: zwart en rood. Alle andere kleuren zijn hiervan afgeleid.
Zwart en rood zijn zogenaamde “dominante” kleuren = hoofdkleuren.
De van zwart en rood afgeleide zogenaamde “recessieve”
kleuren worden ook wel verdunde kleuren genoemd.
De van zwart afgeleide kleur bij de MC is: blauw.
De van rood afgeleide kleur bij de MC is: crème.
(Chocolate, lilac en Chocolate rood zijn ook
afgeleide kleuren van zwart en rood
maar niet toegestaan bij de MC,
de vererving hiervan wordt dan ook buiten beschouwing gelaten.)

Wanneer één van de ouderdieren een hoofdkleur heeft, dan is dat al voldoende om
ook kittens met een hoofdkleur te krijgen.
 Ongeacht de kleur van het andere ouderdier.
Bij een verdunde kleur ligt dat anders.
 Beide ouders kunnen een (onzichtbare) factor voor een verdunde kleur
met zich meedragen zonder zelf uiterlijk deze kleur te bezitten
en in dat geval kunnen de kittens deze kleur vererven.
Deze factor kan zelfs van verre voorouders zijn geërfd en generaties lang
onzichtbaar zijn meegedragen en doorgegeven aan de volgende generaties.
 Wanneer slechts één van de ouderdieren een verdunde factor met zich meedraagt
kan hij/zij die factor aan zijn of haar kittens doorgeven, maar de kittens zullen
dan uiterlijk alleen de hoofdkleur vertonen en niet de verdunde kleur.
Uit twee ouders met de (dominante) hoofdkleuren zwart en rood kunnen dus wel
kittens geboren worden die de ervan afgeleide kleuren (bij de MC blauw en crème) dragen,
maar omgekeerd is dat niet mogelijk. Uit twee ouders met de (recessieve) afgeleide kleuren
blauw en crème kunnen geen kittens geboren worden die hoofdkleuren dragen.

Elke kat heeft twee geslachtschromosomen. Een poes heeft twee precies dezelfde
geslachtschromosomen X en X. Een kater heeft twee verschillende
geslachtschromosomen, één X-chromosoom en één Y-chromosoom.
Elk nieuwgeboren wezentje ontvangt één chromosoom van pa en één chromosoom van ma.
De kleurvererving is een geslachtsgebonden vererving.
De kleuren zitten op het X-chromosoom.
Het Y-chromosoom kan geen kleuren vasthouden.
Zonen krijgen dus altijd de kleur van hun moeder en dochters krijgen de kleur van beide ouders.

Schildpad komt bijna alleen voor bij poezen.
Het ene X-chromosoom draagt dan rood of creme en het andere
X-chromosoom draagt dan zwart of blauw.
 Schildpad is een bijzondere kleur omdat deze poezen eigenlijk tweekleurig
zijn en beide kleuren apart vererven.
Schildpad katers zijn uitzonderingen, zij hebben 3 geslachtschromosomen (XXY)
 en zijn bijna altijd onvruchtbaar.

Wit is geen kleur. Een witte vacht is als een jasje waaronder de werkelijke kleur verborgen zit.
Bij een witte kater kijk je naar de moeder om de “verborgen” kleur onder
de witte jas te bepalen. Katers krijgen immers de kleur van hun moeder.
Bij een witte poes is het ingewikkelder om de kleur te bepalen.
Een poes erft namelijk haar kleur van beide ouders. Wit wordt altijd direct geërfd van pa of ma.
Wit is dominant, het kan geen generatie overslaan
 en kan dus niet rechtstreeks worden geërfd van opa of oma.

De kleuren van de MC kunnen in een viertal groepen worden verdeeld:

  • de klassieke kleuren (bij de MC verstaan we hieronder: wit, zwart, blauw, rood,

  • crème, zwart schildpad en blauw schildpad)

  • zilvers (witte ondervacht met gekleurde haarpunten),

  • de tabby’s (streepjespatroon) (gemarmerd)

  • de particolors (katten met witte aftekeningen)

Tegen elke dominante kleurfactor staat een recessieve kleurfactor:

Dominante kleurfactoren

Recessieve kleurfactoren

Wit

Niet wit

Hoofdkleuren (zwart en rood)

Verdunde / afgeleide kleuren (blauw en creme)

Zilver

Niet zilver

Tabby

Effen (niet tabby)

Particolour

Niet particolour (zonder witte aftekeningen)

De dominante kleurfactoren zijn altijd makkelijk te zien, als je ze niet ziet dan heeft
de kat ze niet en kan de kat ze ook niet vererven aan de kittens.
Recessieve kleurfactoren daarentegen zijn moeilijker te bepalen,
ook als je ze niet ziet bij de kat kan hij/zij ze toch vererven.

Het is niet te bepalen of een kat met dominante kleurfactoren homozygoot
(kleurzuiver) of heterozygoot (kleur onzuiver) is voor die kleurfactor.
De recessieve tegenhanger is immers niet zichtbaar en kan generaties lang
onzichtbaar worden doorgegeven. Een heterozygote (kleuronzuivere)
kat heeft uiterlijk de dominante kleurfactor maar kan ook de recessieve
kleurfactor vererven aan de kittens.
Een kat met een zichtbare recessieve kleurfactor is altijd homozygoot
(kleurzuiver) voor die kleurfactor en zal ze dus altijd vererven aan de kittens.

Er geldt altijd dat uit twee dezelfde recessieve kleurfactoren nooit de dominante
tegenhanger geboren kan worden.
Dus uit twee effen katten kan nooit een tabby geboren worden, uit twee niet-zilvers
kan nooit een zilver geboren worden, etc.

Uit twee dezelfde dominante kleurfactoren kan wel
de recessieve tegenhanger geboren worden.
Dus twee hoofdkleuren kan een verdunde kleur geboren worden,
uit twee particolours kan een niet-particolour geboren worden, etc.

De kleurfactoren vererven niet geslachtsgebonden
 Het maakt dus niet uit welke van de ouderdieren de dominante of recessieve kleurfactor draagt.